Beste Miranda,
​
Ik heb net 24 uur met je doorgebracht. Nu ja, niet met jou in lijflijke zin, maar met jou in de geest van jouw werk. Ik heb gelezen, geluisterd, gekeken en gedaan. Ik creëerde een aanmoedigingsbanner, een educatieve openbare plaquette (die nog niet op een heel openbare plek hangt, maar wel op een zeer zinvolle plek voor mensen die de aanwijzingen hard nodig hebben), een gevoeld-nieuws-foto, en sluit straks af met een lijst van goodbye’s. Vooraf hoopte ik dat je me zou leren hoe ik ruimte kon maken om te aarzelen, vrij te dwalen en vondsten te doen (het onderwerp van mijn onderzoek). Liefst vond ik een geplaveide weg om te bewandelen. Gáán om te komen waar ik wil. Maar dat waren de 24 uur niet. Ze waren rommelig, chaotisch, onduidelijk en toch voelde het zo waardevol. Ik begon met denken, analyseren: wat zie ik nu eigenlijk, wat doet ze nu toch en hoe dan? Maar gaandeweg, omdat het me geen duidelijkheid bracht, gaf ik me over. Ik keek, ervoer, maakte (foto’s, dingen, notities) en sprak audioberichten in. En ik doe dat nooit, hè? Ik sta stil bij kapotte schelpen, ontvang verhalen over de levenswandel van mensen die ik amper ken, vind verborgen scheuren, vergane glorie en verloren geraakte beeldjes, snoepjes, steentjes. Ik geef er beeld aan, maar nooit mijn stem, nooit mijn lichaam. Maar nu deed ik het gewoon. Alsof er een ander in mij huisde. Of misschien was ik het zelf en moest ik haar tegemoet komen door de eerste stap te zetten.
Ik weet niet goed of ik nu heb geleerd hoe ik ruimte kan creëren, want dat was mijn startvraag bij mijn onderdompeling in jouw werk. Maar wat de 24 uur met jou me wel hebben gebracht is dat de vrije ruimte niet zit in een afgebakende of omkaderde plek of tijdseenheid. Het zit in het doen: in verloren raken, je overgeven aan iets onbekends, iets nieuws, iets of iemand anders. De openheid die dat verloren raken creëert, dat is ruimte. En die ruimte kan heel klein zijn, miniem, maar enorm bevrijdend uitwerken. De ruimte zit in het transformeren van jezelf (en daarmee misschien ook wel de ander, de kijker, de lezer). Doe het gewoon, was de aanmoediging die ik mezelf gaf. Ik putte kracht uit jouw beginnersmentaliteit, jouw ethos om dingen voor elkaar te krijgen, het zélf te doen en maar te zien wat vervolgens nodig is. Ik doe dat in het maken van beeldend werk. Daar zoek ik het fröbelen op, probeer ik zo lang mogelijk een amateur te blijven, maar dan wel vol overgave. Ik gebruik restanten, inferieure materialen, materialen op een manier waarvoor ze niet bedoeld zijn, rommelige procesvideo’s tot film, maak mallen die niet in vorm willen komen. Maar ik hou het vaak voor mezelf. Jij leert me dat de wereld poreus is. Dat wat ik doe in anderen kan doordringen. Ik kan een beweginkje op gang brengen met wat ik doe door dat met anderen te delen. Niet door te laten zien: kijk, zo is het. Maar door anderen deelgenoot te maken. Samen onze zekerheden te laten varen en over te geven aan het onbekende, onvertrouwde. Ik besef: ik moet mijn overtuigend fröbelen delen.
Is dit het stukje van de artist-educator puzzel dat ik nog moet leggen? Door het gewoon te doen, als een beginner en te vertrouwen op die spieren die zich in mijn eigen leren en het leven van mijn leven hebben ontwikkeld. In alle dingen die ik hiervoor heb gedaan. Ze vangen me op. Misschien niet op de meest efficiënte manier, maar ik had al gesteld dat dat niet mijn streven was. Steun geven doen ze in elk geval. Het is een kwestie van gewoon doen. Als een beginneling met volle overtuiging. Niet bang zijn om betekenisloos te zijn, geen schroom voelen om me te laten leiden door toevallige ontmoetingen met wie of wat dan ook en die transformerend te laten zijn. Het zijn voor jou wellicht open deuren, maar voor mij openen ze een ruimte. Zetten ze de deur naar een inefficiënte weg wagenwijd open.​​​​​
​
Hartelijks, Petra
​
​
​
​