top of page

22-12-2024, 13:00 uur - 24 uur in de geest van Miranda July

 

23:02:27  ik lees Het kiest jou (July, 2012) uit en spreek een voicebericht [MJ_voice1] in over wat het boek me doet. Het laat me dingen inzien over inefficiëntie, over het koesteren van verloren geraakte dingen en zielen, hoe het ogenschijnlijk onbelangrijke van heel grote waarde kan blijken om ergens te komen, hoe precies die dingen jou kiezen (en niet andersom). De tekst geeft me een lexicon, woorden om over deze onderwerpen te praten. Het bevestigt mijn natuurlijke houding en geeft me een schop onder mijn komt om gewoon stil te staan bij ‘mijn’ verloren geraakte zielen en mezelf te laten transformeren. Geloof te hebben in dat alles betekenis heeft, ook of juist dat wat onbelangrijk lijkt. En tegelijk betekenisloos te durven zijn. Ode aan het inefficiënte, chaotische, warrige, treuzelende, uitstellende, falende vertoeven. 

 

22:46:14  in een Engels artikel kom ik een woord tegen dat ik niet goed kan duiden. Ik grijp in automatisme naar mijn telefoon, maar hoor intussen Miranda’s stem zeggen dat de mensen die ze bezocht één ding gemeen hebben: ze werken zonder computer. Ik sta op en haal mijn woordenboek. 

 

perimeter [pǝ′rımıtǝ] zn omtrek ★ a ∼ fence een 

grensschutting                                                      

 

21:51:15  ik las in Iterate. Ten lessons in design and failure (Sharp & Machlin, 2019) over Miranda’s werk en proces. Ik herken veel in mijn eigen proces, maar wat me het meest bijblijft is haar beginnersmentaliteit waarmee ze telkens weer te werk gaat. Doordat er veel tijd tussen haar werken in verschillende media zit - film, literatuur, performance, sculptuur; ze wisselen elkaar af met tussen van jaren - kan ze steeds weer opnieuw verkennen. De temporele ruimte die tussen verschillende projecten van eenzelfde medium ontstaat, zorgt voor een ontleren. Het vervolgens weer opnieuw (aan)leren van een techniek of medium maakt ruimte voor onzekerheid en twijfel. Voor aarzelingen over haar ‘vaste’ thema: de rariteiten van menselijke interactie. Miranda’s divergente benadering zorgt dat ze een vraagstuk veel materiële vormen kan geven. Ze benadert schaal en scope methodisch en ziet de aanwezigheid van twijfel niet als een mankement, maar als een potentieel. In tekst kan ik goed beschrijven wat me bij is gebleven, maar wat blijft overeind als ik er mijn stem aan geef? Ik spreek nog een voicebericht in (MJ_voice2]. 

 

21:18:37  ik ga even naar buiten, mijn hoofd leegmaken van de stemmen die afvragen of het wel betekenisvol genoeg is wat ik nu doe. Tijdens het lopen vertel ik over mijn project aan mijn wandelmaatje. Het hardop woorden geven helpt om inzichten te krijgen over de relevantie van deze 24 uur. De vraag naar belangrijk genoeg is een vraag naar efficiëntie, naar effectiviteit. En dat is nu precies waarvan ik weg probeer te blijven. In het werk van Miranda zie ik een weg waarop het inefficiënte grote relevantie krijgt. 

 

20:30:35  ik dompel me weer onder …

 

18:05:23  ik heb net Kajillionaire gekeken (July, 2020a). Wat een manifestatie van ongemak bij Old Dolio; vastgelopen, buiten de maatschappij, niet in staat tot tedere gevoelens. Het voelt vreemd, maar ergens ook heel herkenbaar. Misschien doorheen alledaagse, het kleine leven dat wordt voorgesteld. De film is enorm overtuigend in de vreemdheid, neemt het vertoeven in de marge uiterst serieus. In gedrag, in gedachtes (of uitspraken) maar ook in bewegingen van het lichaam. Ik voel een herkenning in mijn eigen projecten waarin ik de mensen en dingen in de marge en de processen van dwalend ontdekken en proberend maken met volle overtuiging aftast. 

 

17: 46: 42  ik kijk/lees een korte film en essay van Miranda, geïnspireerd op David Hockneys schilderij Nichols Canyon Road (July, 2020b). Wat me bijblijft is de uitspraak dat je als kunstenaar schildert (of tekent, filmt, fotografeert, hakt, haakt, bouwt, borduurt, …) met een moment in de tijd. Je creëert of reproduceert dus niet een moment, maar het moment is het middel waarmee je iets tot stand brengt. Het is een gevoeld moment, vluchtig, door de kunstenaar, maar wat vervolgens door ieder ander en door ieders eigen ogen (perspectief) te bekijken is. Maar het is niet alleen het moment van de kunstenaar, het is ook het moment van ieder ander levend of levenloos ‘ding’ in dat moment. Als ik het dus wil hebben over het moment van het doen van een vondst, gaat dat niet alleen over mij of mijn moment. Het is ook het moment van het gevondene. Het gevondene heeft een stem en bepaalt mede hoe het moment verbeelding krijgt. 

 

16:41:18  na het eten heb ik een van de verhalen uit Het kiest jou (July, 2012) voorgelezen aan tafel. Ik wil vermijden dat deze 24 uur een op zichzelf staand project worden, iets wat ik kan afronden, afvinken. Mijn intentie is niet zo veel mogelijk ervan leren of eruit halen, maar een transformerende ervaring en dat kan alleen als ik het mijn dagelijkse leven laat doordringen. We hebben het even het verhaal van Joe. Waarom het mij zo raakt is de ‘knulligheid’ in combinatie met de rotsvaste overtuiging van waarde en belang waarmee hij wenskaarten maakt, gekoesterde dierenknuffels bewaart, boodschappenbriefjes schrijft en zijn geërfde, keer-op-keer herstelde politiejasje draagt om boodschappen te doen. Ik mijmer er nog even over door en struin intussen door de projecten op Miranda’s website (mirandajuly.com). De scripts van Learning to love you more (July & Fletcher, z.d.) lijken me mooi om morgen de dag mee te beginnen (#63 en #68) en de 24 uur te eindigen (#70). Hoewel ik aan dat laatste nog even niet wil denken. 

 

16:05:52  ik verdiep me in New Society (July, 2015), een performance waar Miranda samen met het (daarop onvoorbereide) publiek in meedoet. Het valt me op dat in veel reacties mensen aangeven dat ze zich zo op hun gemak voelden. Ik vraag me af hoe dat kan, omdat ik verwacht dat ik me heel ongemakkelijk zou voelen. In veel reacties lees ik dat ze het vertrouwen voelden dat Miranda hen gaf. Ligt daar de sleutel in het omgaat met ongemak van jezelf en van anderen? Vertrouwen geven dat het wel lukt? Opvallend is steeds weer dat Miranda werkt met alledaagse situaties en gewone mensen. In dit geval dus het publiek, onvoorbereid op de performance die komen ging, amateurs. Ze geeft hen alle ruimte om gewoon en amateuristisch te zijn. Een beginner. En ze verwacht ook niet meer dan dat: een beginnende situatie zonder ladingen van betekenis. Maar ondanks dat, neem ze het wel uiterst serieus, het gewonen, alledaagse, ongemakkelijke. Daarin zit haar kracht, begin ik steeds meer te zien. Ze zoekt het ongemak op bij zichzelf en nodigt mensen uit om daarin mee te gaan. Het ongemak van niet weten hoe iets te doen, hoe met een ander om te gaan of te communiceren, of het ongemak van jezelf voor een publiek zetten en niet te weten wat je gaat zeggen. Ik realiseer dat ik op kleine schaal zo’n zelfde ongemak heb opgezocht in mijn spraakberichtjes. Ik begon ze terwijl ik nog niet had overdacht hoe ik in mijn nieuwe ontdekkingen stond. 

 

15:44:37  in een interview lees ik de uitspraak “I was going out of my way to make it less valuable, in a way” (Bew, 2024). Ze heeft in het interview net verteld dat ze vindt dat alles voor iedereen beschikbaar moet zijn. Het is vast daarom dat toevallige ontmoetingen (en die leidend laten zijn) aan de basis liggen van haar werk. Ze laat zich erdoor leiden. Ik doe dat vaak ook, maar verborgen. Miranda komt er openlijk voor uit. Ik zie het terug in haar onderwerpen in boeken, in films en in performances. Toch wordt het nergens betekenisloos of belachelijk. Juist vanwege de overgave waarmee Miranda alles zeer gemeend aanpakt. 

 

15:35:40  om te onthouden over het creëren van ruimte: “[…] give away some power in a way that could be very uncomfortable - but that’s the only way that we can make new ground” (Bew, 2024).

 

15:25:49  ik ontdek dat Miranda haar school niet afmaakte. Ze niet onderwezen worden, maar leren door te doen. En ook door te proberen, een beginner te zijn. Ze wil een stukje controle uit handen geven en daarmee ongemak opzoeken, het werkelijke moment. Controle uit handen geven aan het publiek, aan gebrekkige technologie, aan het toeval, aan ‘wat als’ … Het roept een echo van de ‘wat-als-vraag’ die in de dwaaltheorie van Symons (2024). 

 

06:15:48  ik heb nog wat gemijmerd, een nacht geslapen en schrik van de weinige uren die ik nog over heb. De laatste ochtend, zo voelt het. Vreemd, want het is ook tegelijk ‘pas’ de eerste. En toch, er is nog zoveel dat ik wil ontdekken. Ik merkt dat het vooral is door te willen doen. Zoals ik me had voorgenomen, begin ik met een opdracht uit het Learning to love you more-project (July & Fletcher, z.d.). Ik wil eigenlijk eerst even wat lezen, maar besluit niet toe te geven aan die comfortabele activiteit, maar meer het ongemak te gaan verkennen vandaag. 

Ik start met #63, het maken van een aanmoedigingsbanner. Gisteren dacht ik nog: wat moet ik daar in hemelsnaam voor interessants op zetten? Iets wat niet raar is, echt een goede uitspraak. Maar ik denk dat de vermoeidheid toen als was toegeslagen en ik alleen de vertrouwde stemmen van efficiency kon horen. Nu ben ik blijkbaar fris en komt de levenshouding van Miranda binnen: doe het gewoon. Ik pak een stapeltje gekleurde vellen, teken en knip de letters voor mijn banner: D O E H E T G E W O O N. 

 

05:03:46  ik heb een aanmoedigende slinger gemaakt en luister intussen naar een fijn gesprek met Miranda over creatieve processen, keuzes en afwegingen. In het knippen van mijn letters, realiseer ik dat als je ergens werkelijk in gelooft, je die houding ook met overgave moet uitdragen. Ook al, of juist als het ongemakkelijk voelt. Daarin schuilt de  kracht. Maar wat betekent dit voor het educatieve deel van wat ik doe? Het is toch ook de ruimte nemen voor die overgave. Hoe neem ik mensen daarin mee? Niet door erover te vertellen, maar door een voorbeeld te zijn. Door een (al dan niet tijdelijke) gemeenschap tot stand te brengen. Via een script mensen zich laten overgeven aan het proces. Aan het gewoon maar iets proberen, een beetje ‘porrelen’. Zelf voel ik de overgave in het maken van mijn slinger. Ik vind het nu al jammer dat het klaar is. 

 

04:50:40  scripts komen steeds weer terug. Ik zie in dat ze niet tot doel hebben iets te maken, maar dat ze kunnen helpen om tot een (andere) houding te komen. Een ander perspectief in te nemen of een andere bril op te zetten. Voor mij kunnen het scripts zijn die ik afleid van mijn eigen proces. Daar zit mijn kracht als artist-educator. Het gaat om wat ik wil voorleven. Een omdat het een houding is (dwalend, aarzelend, proberen, beginnend, porrelend) wil ik mensen niet iets geven om naar te kijken. Ik wil iets overdragen dat ze kunnen ervaren. Hoe doe ik dat? Niet het resultaat, maar het doen laten meemaken…

 

03:01:23  ik ben al een tijdje aan het bladerlezen in de monografie van Miranda (July, 2020c). Een mooie term uit het openingsinterview vind ik “the politics of amateur making” (p. 8). Het geeft me een andere manier om te kijken naar mijn eigen maakproces. Ik doe dat in het verborgene, vertel er wel over als ik het heb over mijn proces, maar stel het nooit voor als mijn werk of het onderwerp daarvan. Terwijl het in feite wel is waar het mij om gaat. Het inefficiënte, het amateuristische als onderwerp. Dit is wel steeds meer waar mijn onderzoek zich naar toe beweegt. 

 

02:45:08  een gedachte die tijdens het lezen opdoemt: als je vondst wilt kunnen doen én je een vondst alleen kan ontmoeten via toeval, via een magisch of onverwacht moment, dan is het gevolg - de logica van Miranda volgend - dat je een medium moet kiezen dat toevalligheden creëert. Bijkomstigheden van een (maak)proces, zoals bij improvisatie in film, en gebroken of rafelige stukken die alleen via een soort intuïtieve logica in elkaar passen. Door je proces vorm te geven in een soort tijdelijke intimiteit met anderen, of het nu menselijke of niet-menselijke entiteiten zijn, krijg je als kunstenaar ook signalen terug waardoor je verschillende innerlijke ruimtes aan elkaar kunt verbinden. Je bent dan niet alleen kunstenaar, maar biedt ook een service aan de dingen in jouw cirkel. Je geeft ze een stem. 

 

02:39:05  ik kan een ander alleen maar laten ervaren hoe je je anders, op een zachte manier kunt verhouden tot de wereld, als ik dat zelf (ook) doe. Een de ervaring van het doen, waar ik daarin leer, overdraag. Bijvoorbeeld via een script. En het is dan belangrijk steeds weer opnieuw lerend te zijn, om te voorkomen dat het beleren wordt. Met een intentie van: ik weet het ook niet, probeer ook maar wat. Misschien een motto: “You can’t go straight toward knowing what to do … you have to forget about it, not despair but hold it in this very gentle way and continue on not knowing if it’ll ever end, if you’ll ever know the next step” (p. 14). 

 

02:24:12  toen ik deze 24 uur startte, ging het me om ruimte maken. Ik hoopte een methode of weg te vinden. Misschien zelfs een geplaveide, zodat ik zeker weet dat het goed doe. Maar nu schaam ik me een beetje voor die gedachte. Het ruimte maken zit niet in een uitbreiding via een rechte weg, maar juist in het voorstellen van wat er niet is, in het doen van wat niet kan of niet hoort. Dat is ruimte en de weg er naartoe is het maken van kunst. Liefst vanuit een beginnershouding, vanuit een niet-weten en dat zo lang mogelijk volhouden. Het streven naar ruimte is geen vrij of zo groot mogelijk zijn, maar zit in het doen. Het maken van ruimte ís ruimte an sich. 

 

02:06:12  voor Miranda moet haar werk op een organische manier ontstaan. En niet alles gaat over grote of grootste dingen: “not everything happens at a grand scale” (p. 21). Door de lat lager te leggen, kun je losser denken, vrijer, ruimer. Vaak vraag ik me af of ik, in plaats van een artist-educator, niet veel meer een artist-curator ben. Iemand die ruimte geeft aan de dingen die gezien moeten worden. Een motivatie voor mijn gedachte lees ik hier. Curation komt van het Latijnse curare, wat zorgen voor betekent. Ik zie het als mijn roeping om te zorgen voor de entiteiten die ik ontmoet in de marges, in de grensgebieden, aan de rafelranden, in rommelige schuurtjes en warrige werkprocessen. 

 

01:44:54  ik besluit de 24 uur niet te eindigen met een brief. Dat is mijn gekozen vorm en hoort niet in geest van Miranda July thuis. Ik kies een extra opdracht om te doen. 

 

00:17:16  ik maakte een educatieve plaquette; de openbare ruimte is nu nog ons eigen toilet, maar ik kijk uit naar andere opties. Eerst hoop ik mijn eigen gezin te doordringen, hun poreuze grenzen aan te raken. En ineens schreef ik toch een brief aan Miranda. Juist omdat het niet de bedoeling was, gebeurde het. Ik dacht er niet over na, deed het gewoon. Is dat een ontbrekend stukje van de houding van de artist-educator (of -curator)? Doe het gewoon, als een beginner en vertrouwd op die spieren die zich in het eigen leren en het leven van je leven hebben ontwikkeld. Ze vangen je op. Misschien niet op de meest efficiënte manier, maar hé, dat was ook niet het doel. Ze geven in elk geval steun. Het is alleen een kwestie van gewoon doen. 

 

00:05:11  ik zeg goodbye, vaarwel … Vaarwel twijfel over mijn aarzelingen. Vaarwel schroom om gewoon te proberen. Vaarwel schroom om mijn stem te gebruiken. Vaarwel denken tot ik het helemaal begrijp. Vaarwel bedenken waar het over zal gaan. Vaarwel aan me te soft voelen (er is geen te). 

 

00:00:00  het is 23 december 2024, 13:00 uur. De 24 uur in de geest van Miranda July zitten erop. Ik voel me emotioneel, alsof ik iets ben kwijtgeraakt. Met een beetje dikke stem spreek ik een laatste voicebericht in [MJ_voice6]. 

bottom of page