top of page

10-01-2025, 11:36 uur

24 uur in de geest van Lenn Cox

 

23:59:54  waarom zou ik wachten met beginnen tot een rond getal in de klok? Is 12.00 uur beter dan 11.34? Ik besluit gewoon te beginnen. Het is 11.36 uur. 

 

23:13:11 ik schreef een brief aan Lenn. Met de belofte om later terug te keren naar de brief. Terwijl ik de eerste twee 24-uur-sessies ermee eindigde, voelt het nu een logischer begin. Misschien om mezelf te resetten, klaar te maken voor de komende uren. Ik weet niet zo goed wat ik kan verwachten. Dat geeft alle ruimte om af te tasten, te dwalen. Maar twee mensen hebben me op Lenn gewezen, dus dat wekt ook een verwachting: dat er iets in moet zitten voor mij; dat ik wel iets uit deze 24 uur moet halen. Probeer ik dat los te denken met mijn brief?

 

21:59:58 ik lees dan Lenn werkt vanuit mode als belichaamde en relationele praktijk die wortels heeft in het dagelijkse leven. Ze organiseert ruimtes en projecten die collectief leren mogelijk maken (DAI, z.d.). De nadruk lijkt te liggen op het menselijke collectie. Hoe verhoudt ze zich tot andere levende en niet-levende elementen in haar omgeving? Als ik met andere mensen ben, merk ik vaak dat al mijn aandacht en energie naar die mensen gaat. En vooral degenen die het meest aandacht vragen (ik denk aan de luidst roepende vogels in het territorium, ref. Despret). Ik neem dan niet of in veel mindere mate waar welke levende en niet-levende entiteiten er zijn in het veld waar ik ben. Wat betekent het collectieve voor mij? 

 

21:46:21 ik zoek op wat collectief eigenlijk betekent. Als bijvoeglijke naamwaard is het gemeenschappelijk, als zelfstandig naamwoord een verzameling aanduidend. Het is ontleend aan het Franse collectif (dat wat verzamelt) en het Latijnse collectivus (van collectes / collegere: verzamelen, bijeen brengen). In de betekenis ‘groep mensen’ lijkt het ontleend aan het Duitse of Russische Kollectiv / kollektív (resp.). Het is op die manier veelgebruikt in de kunsten. Maar om collectief te werken, betekent dat dus niet per se dat je (uitsluitend) met mensen werk. Interessant is de Latijnse oorsprong com + légere als bijeen lezen, verzamelen. Dit maakt Moyra Daveys vernamen van tekstfragmenten ook tot een collectieve activiteit (“Collectief”, 2025). 

 

21:33:50 ik lees en luister dat Lenn bewust op zoek ging - een dwaal- of ontdekkingstocht - naar andere manieren van werken en samenleven. Anders dan “alle ballen in de te lucht houden”. Ze reisde ZONDER PLAN VAN WAT ZE ZOU ONDERZOEKEN (Arnhems Fabrikaat, 2021).

 

21:30:42 verbinding vanuit het mens-zijn en inspiratie in Hannah Arendt, dat hoor ik in een podcast (Arnhems Fabrikaat, 2021). De mens als uitgangspunt. Is dat hetzelfde als de mens als middelpunt van waaruit alles beweegt? Het lijkt min of meer hetzelfde, maar ik denk toch dat het anders is.

 

21: 25:27 waar ik me in herken: 

  • Anders dan het buitenkant-gerichte ritme

  • Tijd & ruimte om het hoe van anders doen te ontdekken

  • Ronddwalen & verkennen

  • Wat heb ik nodig (kleding) om me gegrond te voelen?

  • Praktijk die ontstaat door uitwisseling (en niet door wat ik bedenk)

  • Brieven schrijven

  • Delen over dagelijkse leven

  • Geen eindpunt maar vertrekpunt  

 

21:09:02 “wat een lastige vragen”, hoor ik Lenn fluisteren. Maar wat een mooie antwoorden ook, denk ik (Arnhems Fabrikaat, 2021).

 

20:43:49 ik luisterkijk naar andere levensruimtes en collectieve activiteiten. Niet creëren of voldoen aan verwachtingen en ambities, maar doen. En zijn in het dagelijkse. De ruimte en tijd vinden om ook even los te laten. Ernaast dus; niet in plaats van. 

Een gedachte die naar buiten starend in me opkomt: ik vroeg me af of ik mijn onderzoek uit vondsten kon laten bestaan (of laten ontstaan). Dat ik steeds maar niet lijk te vinden hoe dat kan, is omdat ik dan de vondst wil ‘hebben’. In het willen zit een streven en geen dwalen. In het niet-willende van dwalen doe je juist vondsten. Ze kunnen niet mijn streven zijn. Hoogstens een uitgangspunt of een bijkomstigheid. 

 

19:11:39 hoe meer ik lees, hoe sterker mijn twijfel of ik het nu wel op de wenselijke manier doe. Ik herken me in het dwalen. Ook de aandacht voor het dagelijkse leven herken ik, maar leef ik dat nu ook voor als ik op deze manier - dat is: ‘braaf’ zoveel mogelijk lezend, kijkend en luisterend - de resterende uren doorbreng? 

In een tekst lees ik een gedachte over ‘spare’: het idee van reserve-dingen of -ruimtes (spare room). Over zakken als uitgespaarde ruimtes voor iets wat je nog niet hebt voorzien (Pommée, 2018). En spare-time, vrije tijd. Wanneer heb ik die, en wat is het eigenlijk? Tijd om mijn eigen dingen te doen? Of tijd die ik nodig heb om uit te rusten. Of misschien wel alle indrukken te verwerken. Ik vraag me af waar ik uitgespaarde ruimte vind? Kan ik deze - inmiddels nog - 19 uur uitsparen als ruimte het om het niet-voorziene te ontmoeten? 

In het project (Pommée, 2018) hielden de deelnemers 3 uur pauze na 3 uur werken, als een monastiek ritme. De pauze werd voeding voor het werken, het werken een reflectie op de pauze. Althans, mijn interpretatie. Kan ik mezelf ook zo’n ritme laten volgen om bewust vrije tijd uit te sparen? En wat doe ik dan in mijn pauze? In het project drinken ze thee, kletsen ze een beet, maken een wandeling. Ik vul mijn vrije tijd altijd met nieuwe prikkels en input; boeken van mijn lijstje, vaktijdschriften, sociale verplichten, sporten omdat het moet. Wanneer heb ik echt lege tijd om te dwalen? Ik ga het proberen: ik neem 2 uur pauze, ga daarna 2 uur werken, 2 uur pauze, slapen, en start de nieuwe dag weer met 2 uur werken. Het is 16:53 uur. 

 

16:42:34 als ik mijn telefoon niet altijd wil gebruiken, enerzijds vanwege de verleiding om afgeleid te raken van verbondenheid met mijn omgeving, en anderzijds omdat alles daarin wordt opgezogen tot een grote brij, hoe kan ik dan dingen die ik tegenkom meedragen? Of gebruik ik wel mijn telefoon en probeer ik een manier te vinden om mijn vondsten niet te laten verzanden? Moet ik dat wat ik vind eigenlijk bewaren? Ik hou bijvoorbeeld enorm van tekstvondsten. En van aantekeningen maken van die vondsten. Maar zoals ik al eerdere concludeerde, hou ik alles voor mezelf. Wat als ik mijn vondsten uitdraag? Net als de zaaddozen: kijk hier eens naar. 

 

16:26:28 Lenn schreef een handleiding Collective Wandering. De uitgave zelf heb ik (nog) niet kunnen vinden, maar ik lees erover. Onder andere dat het boek een collaboratieve ruimte is: “een levend document, een doorlopend gesprek. Een open uitnodiging om op een speels avontuur te gaan met je eigen alledaagse ecologie” (San Serriffe, z.d.). Het boek (of een tekst) als ruimte om verbinding aan te gaan. Via voorbeelden, opdrachten, teksten. Opdrachten? Nee, er stond recepten. Dat is geen opdracht, maar een mogelijkheid, een ruimte. Lenn noemt haar praktijk curatorieel, wat een afleiding is van het Latijnse curare: zorgen voor. Het boek als een zorg voor vondsten, een koestering. 

 

14:07:23 ik las en probeerde iets me aansprekende fragmenten te doen. Dat laatste voelde als een moeten, waardoor alles geforceerd voelde. Het moet wel iets opleveren; die gedachte. Ik probeer iets te verzinnen voor morgen. Een script voor mezelf. Maar misschien is het ritme dat ik vind wel het afwisselend tijd doorbrengen met een kunstenaar. En niet daarbinnen ook nog willen wisselen in ritmes. Wat ik meeneem uit mijn ontmoeting met Lenn is dit: er is niet één pasklaar antwoord voor wat je kunt doen om te dwalen. En een beweging in gang zetten betekent ook niet dat je alles samen moet doen of continu samen moet zijn. Het gaat erom dat je vanuit je eigen energie een bijdrage kunt leveren. Om zo vanuit je hart te kunnen verbinden (Cox, 2021). Ik kom morgen nog eens terug bij dit stuk. 

 

05:52:54 in alle herkenning in denkbeelden over dwalend leven zie ik iets over het hoofd. Ik stapte de 24 uur in met de vraag hoe ik mijn talige vondsten kan noteren, meedragen en/of een overdrachtelijke vorm kan geven. Maar het werd een meevaren op de inhoud en vooral het streven om iets te bedenken waardoor ik het ook als Lenn kan doen. Het werd een focus op collectief vormen en niet meer eigen maken. Ik stap opnieuw in …

 

05:28:19 “There is no one-size-fits-all formula that you can just implement.” “How crucial it is to take a position and role attuned to your own energy.” “Embracing discomfort is a skill we will need tot practice more.” “The intention … to inspire and support kindred individuals who are in search of an alternative rhythm” (Cox, 2021). 

 

04:18:48 Dwalen kun je alleen door het te doen. Dat geldt eigenlijk voor alle inefficiënte bewegingen. Lenn zoekt naar manieren om dwalend te leven. Dat op zich is al een manier van overdracht: het dwalend leven leven (of doen). Een beweging op gang brengen met je eigen bewegen door je leven. Door relevante theorieën te dragen als of op kleding krijgt het een extra dimensie. Het is een manier van verbinden: van jezelf met de gedachte, van de gedachte met de wereld om je heen. De theorie, een abstractie, krijgt gestalte in de wereld via de drager en dat wat en wie de drager ontmoet (Melnycz, 2024). 

 

04:06:54 collectief en intentional community zijn belangrijke begrippen in Lenns praktijk. Kan ik me daartoe verhouden vanuit mijn introversie? Dat is een vraag die steeds weer opkomt. Ik hoef er geen antwoord op te vinden nu (maar vind wel ruimte in de betekenis van collectief als bijeen verzamelen of lezen). 

 

03:55:33 “… but I was really always still interested in the body in relation to more bodies and the third dimension, and how we come together as humans” (Melnycz, 2021). Dit is een verschil: het samenkomen als mensen is niet waar mijn interesse naar uitgaat. Voor mij is dat hoe mensen, ondanks het in aanwezigheid zijn van andere mensen (energieën), als zichzelf kunnen zijn, vanuit hun eigen energie kunnen acteren. Ook een interessante vraag: wat betekent het om educator te zijn vanuit het verlangen om vanuit mijn eigen energie te acteren? Wat betekent het om kunstenaar te zijn als je liever aandacht voor het ongeziene of onbeduidende wilt uitdragen dan iets nieuws of groots creëren? (Ik herhaal hier oude vragen; vraagstukken waar ik in mijn ontwikkeling al aan voorbij ben en die ik dus niet nogmaals hoeft te stellen.) Kom ik toch weer bij de curatoriële rol. 

 

03:40:28 Is dat het doel van mijn onderzoek? De bouwstenen vinden om mijn artistieke praktijk uit te bouwen? Niet als iemand anders, maar bouwstenen waar ik mee kan (samen)werken. 

 

03:23:51 WAT IS MIJN PLEK OM TE LEREN? Een ding om mijn aandacht aan te verlenen. 

 

03:17:37 ik lees: niet in mijn rol als educator (Melnycz, 2021). Dat is voor mij het belang van ruimte om te dwalen: er is geen boven of onder, geen hiërarchie, geen prestatiedruk, maar tot iets nieuws komen (of niet) dat wellicht een vervolg krijgt (of niet). Is dit iets wat je kunt leren? Of vraagt het iets anders: een volwassenheid, ervaring of een houding van durf om gewoon te doen? Ik moet denken aan mijn oma die altijd sokken breide. Gewoon om het breien (en er was vervolgens altijd wel iemand die ze kon gebruiken). Of aan mijn om die gewoon hield van graven. Een graf, een put, een opgraving. Hij deed mee, of er nu wel of niet iets te vinden was. 

 

03:03:46 intentioneel is een begrip waaraan voorbij ben gegaan. Te makkelijk aan voorbij ben gegaan. Het is wat voor mij verschil maakt. Ik ben gegrepen door niet-intentionele ontmoetingen. Vaak noem ik ze toevallig, maar misschien is niet-intentioneel beter. Ik ervaar een veel sterkere aantrekkingskracht tot wat ik niet had verwacht (bedacht) maar toch vind. 

 

“… about how we as humans change and how we need each other as well in that, but also to stay true to our endeavors that we encounter in that” (Melnycz, 2021). 

 

02:41:15 ik denk aan het oude stel in Pt. Pressigny in de zomer van 2023 … En ik lees: support systems. Support geven is een woordcombinatie die me al eens eerder is aangereikt door een docent. Wat betekent het om support te geven? Hoe doe je dat op een integere manier als kunstenaar? Ik denk aan mijn opa’s handdruk. Dat was pure aandacht. 

 

02:32:43 ‘community-washing’ is een risico en een neiging waar ik niet aan toe hoef te geven. Wel een relevante vraag is ‘how are you going to engage the community?’ 

 

02:15:05 ‘Can a building and day to day life become performance’. Ik vraag me af of dan het dagelijkse leven (kunstenaars)materiaal is? 

 

02:00:45 ik denk nog verder over gevoelde noodzaak om een collectief of gemeenschap te vormen. Niet, niet gevoelde maar opgelegde noodzaak. Je gaat dan een gemeenschap maken, maar zou een gemeenschap niet beter groeien, ontwikkelen in het doen? In het bedenken ‘ik ga een gemeenschap vormen’ zit een selectiemechanisme besloten: zo’n soort gemeenschap moet het zijn. Ik denk dus dat het veel meer gaat over gelijkgestemden treffen. Niet uitzoeken, maar niet-intentioneel, als vondsten ontmoeten van waaruit iets kan ontstaan (of niet). 

 

00:00:00 ik vergat mijn notities maar schreef een einde aan mijn brief aan Lenn. Maakte een soundscape van mijn ochtendroutine. Is dat materiaal of een sculptuur?  

bottom of page