29-12-2024, 12:00 uur - 24 uur in de geest van Moyra Davey
23:57:22 ik maak een voorblad voor mijn notities bij deze 24 uur. Het is ook een soort uitstellen, dat ik er tegenop zie te beginnen. Na mijn eerste 24 uur heb ik nu het gevoel dat ik er dit keer net zoveel uit moet halen. En ik weet niet of dat gaat lukken. (Nu ik dit in een bestand overtyp valt me op dat het een automatische gedachtengang is; het moet wel nut hebben, waarde, niet zonde van mijn tijd. Maar was het doel niet dat ik zou losbreken van de efficientiegedachte?) Ik heb er eigenlijk nog nauwelijks zicht op, om Moyra’s werk. Maar heb ik niet geleerd van mijn vorige 24 uur met Miranda om nut en efficiëntie aan de kant te schuiven en gewoon te doen? Te beginnen, gewoon maar ergens in te stappen, en me te laten leiden door wat (of wie) zich aan me voordoet. Ik begin gewoon …
23:18:29 ik kom veel tegen om me in te verdiepen. Veel teksten en interviews van en over Moyra. Ik maak een bladwijzermap aan in Safari.
22:22:16 ik lees een artikel, een review over een boek van Moyra (Smart, 2022). Ik wil mijn keuze verantwoorden, maar het is een begin om ‘in de geest van’ te raken. En dat maakt het al tot een goede stap. Ik hoef geen oordeel te vellen, iets te vinden van het artikel. Het past ook bij Moyra’s werk, bij het in-medias-res-karakter ervan (wat zoveel betekent als in het midden zijn, vertoeven misschien wel). Het lijkt op de beginnersmentaliteit die ik zag bij Miranda. Moyra thematiseert het in wording zijn in haar teksten. Ze stelt het maken van een afgerond geheel (een narratief boek) uit. Het lezen en bekijken van (inspiratie)bronnen zijn voor haar processen die iets laten ontstaan. Ze zijn voor haar generatief. Het lezen is dus niet alleen bron, maar veel meer nog het creëren zelf. Eigenlijk is het een beetje als mijn porrelen, aarzelen, dwalen. Moyra analyseert haar verzamelde fragmenten niet tot een betekenis, maar het verzamelen, het vinden van de fragmenten tijdens het lezen, het kijken, dat is haar werk. Niet het tastbare boek dat uiteindelijk resulteert, dat is meer een bijkomstigheid. (De gedachte aan de term artist-curator komt weer eens in me op. Niet educeren, niet wijzen ‘zo is het’, maar koesteren, bij elkaar brengen en tonen: hier kun je ook naar kijken.) Naast Moyra’s werk als een documentatie van een ‘wording’ is het ook een articulatie van esthetische ontmoetingen. Haar bevragen van hoe je zo’n ontmoeting overbrengt, roept gedachten op aan Verhoevens verwondering en mijn vondsten. Beide (verwondering en een vondst) overkomen je. Je kunt het niet sturen en door het te benoemen gaat het van je af. Hoe breng je dan als schrijver de ervaring van zo’n ontmoeting over? In het belichamen van de ontmoeting vind Moyra een weg. Ze schrijft niet over de betekenis of het resultaat van een ontmoeting, ze ontmoet. Haar schrijven krijgt vorm in het ontmoeten, in de reflecties en gedachten aan andere ontmoetingen die opdoemen tijdens het schrijven. Een fragment wordt ‘iets’ in of door een ontmoeting met iemand of iets anders. Dat kan dus ook een andere tekst zijn, uit een andere tijd of van een andere plek. Of een object, een mens die je iets vertelt of laat zien. Zo, van fragment naar fragment, bouwt Moyra haar werk. Ze rijgt de fragmenten als een kralenketting aaneen. Ze roepen referenties op naar elkaar, ook al hebben ze ogenschijnlijk niets met elkaar te maken of zijn ze onvolledig, en vormen zo een geheel.
21:53:50 Moyra toont de wording: het beginnen, aarzelen, twijfelen, verzamelen van brokstukken die daarbij horen.
20:50:52 “Anna says to the narrator that the notes are the work.”
“These books read like they were written in the time they were conceived.” “
“[…] the fantastic impression of living and writing life simultaneously, and doing it without shame or perhaps doing it in such a way that shame becomes beautiful.”
(Frieze, 2020)
20:32:27 ik lees over schaamte en schrijven alsof je al dood bent (en schaamte dus niet meer voelt). Schrijven als leven. En fotograferen. Resonerende beelden documenteren. Maar vooral vraag ik me af: ben ik wel goed bezig? Moet mijn inspanning niet leiden tot iets? Maar dan denk ik weer aan de verwondering van Verhoeven en hoe dat iets anders vraagt dan met veel inzet iets voor elkaar willen krijgen. Het vraagt een overgave, me onderdompelen. Dat heeft blijkbaar nog niet plaatsgevonden. Het lukt me nog niet om de overgave te vinden, blijf nog teveel hangen in het denken en analyseren. Ik vervolg mijn weg, dwalend verder. Misschien moet ik ook wat stof van boeken blazen.
20:12:30 een tip voor als de leespraktijk in de weg zit: kijk en luister in plaats daarvan … Dat kan dus ook kijken of luisteren naar iets heel anders zijn. Ik merk het in tijdens mijn onderzoek. Dat is lang niet afgebakend tot de eraan toegewijde uren. Ook daarnaast in gesprekken met vriendinnen, het kijken van een film, wandelen door Leiden zie of hoor ik dingen die mijn gedachten en gedragingen in het licht van (in)efficiëntie plaatsen. Mijn onderzoek vind niet plaats in de werken die ik lees of bekijk, nee, het onderzoek (of beter: de stemmen die ik daarin ontmoet) heeft zich een weg in mijn leven gebaand. Wordt onderdeel ervan.
20:07:08 Moyra heeft aandacht voor veel: het alledaagse moment, de B-kanten, traagheid, aarzeling, stof (dust), het fysieke, materiële, de dingen
‘“Feeling as though the world is interesting enough to photography”, as you put it, is at the heart of things’ (Davey en Nelson, 2017)
19:49:06 ik maak een lijstje van Moyra’s inspiratiebronnen; makers die iets maken uit schaamte of vanuit het onverwachte, ongezien, accidentele moment. Ze laat zich (doelbewust) verleiden door toeval (happenstance) en dwalingen (dérive) om niet te worden overweldigd door keuzes. In Westerse culturen hebben we veel mogelijkheden afgesloten in het streven naar efficiëntie. Maar Moyra vindt een weg om ruimte te maken via inefficiënte processen.
19:10:11 ik dacht dat Moyra’s in-media-res net zoiets was als Miranda’s (steeds weer opnieuw) beginnen. Maar het lijkt tot genuanceerder. Moyra begint in het midden, ergens middenin. Ze isoleert dat wat ze in het midden vindt. Pakt een fragment uit een tekst, schrijft een gedacht op in een dagboek. Haar notities hebben een eigen innerlijke logica die het springen tussen stemmen, tijden en plekken mogelijk maakt. Het is niet de verhaallijn die verbindt, maar de stem. Het alledaagse, huiselijke (tijd en ruimte) maakt het mogelijk om aan de kapitalistische kloktijd te ontsnappen.
18:28:49 ik heb behoefte aan een pauze, een momentje van bezinning en bezinking. Ik maak een spraakbericht en stap er even een half uurtje uit. Misschien wel wat fotograferen. Buiten is het nu donker, maar binnen dan? Net als Moyra kan ik maken daar waar ik ben. Het hoeft niet grootser of beter. Waar ik ben is goed genoeg.
17:36:38 “Often I find the spark where I least expect it, in a book I may have been reading casually, lazily, wondering why I am even bothering to read it. Sometimes I persist with a book, even just through inertia, and ik can happen that the writing will suddenly open itself up to me” (Davey, 2020, p. 6).
“I rehearse ‘lost and found’ almost daily. Sometimes it’s an actual object but it can be a line or two I’ve read and only dimly recall. I rack my brain, flipping throughs books, magazines, newspapers trying to retrace my steps. Often the thing I’m searching for is of dubious significance, but I persuade myself that the flow of life cannot go on until I have located the object” (p. 7).
17:24:14 in het lezen van het essay Fifty Minutes (Davey, 2020) valt me op dat Moyra aarzelt ergens woorden aan te geven. Woorden die dat iets (dat ergens) defintief maken, een zekere gestalte geven. Voor een schrijver misschien vreemd of inefficiënt laat ze he belangrijkste van een ervaring ongezegd. Ze cirkelt er als het ware omheen.
17:20:42 ik dwaal af in mijn eigen herinneringen. Voel de crème-bruine vloerbedekking stoffig en wollig in mijn keel. Het koele bruine leer van de bank knisperend in mijn hand. Ik weet niet precies wat dit beeld nu heeft opgeroepen. En wat is hierin de vondst? Dat wat ik las in de tekst waardoor het beeld naar boven kwam, of is de opgedoemde herinnering de vondst?
14:27:21 Ik kijk twee films: Notes on Blue en Hemlock Forest (Kaluzhsky, 2022a en b). (Hoewel, heet het kijken als ik kijk en lees tegelijkertijd? De beelden en het geluid op het scherm en het meelezen van de tekst in het boek (Davey, 2020).) Doordat ik hiervoor zelf ook een korte overdenking heb gemaakt in spraak en beeld (in de stijl van Moyra luisterde in naar mezelf en herhaalde op video wat ik eerder insprak) krijg ik nu beter grip op wat Moyra doet. Of, nou ja, grip … Ik herken wat ze doet, ik kan het mee-ervaren. De mijmering, de gedachtensprongen die als vanzelf ontstaan en die ze niet anders dan volgen kan. Bij Hemlock Forest kan ik het essay nagenoeg meelezen; ik herken namen en woorden beter dan wanneer ik alleen naar spraak luister. Ik vraag me af of het erg is dat ik niet alleen aangehaalde schrijvers en denkers ken. Niet weet waar zij voor staan. Doet dat afbreuk aan het werk? Ik realiseer me dat kennis delen niet is waar het Moyra om gaat. Het gaat om de wording van documentatie van gedachten. En die wording volg ik. Ze is niet bang om betekenisloos te zijn, ze volgt intuïtief.
06:01:22 ik begin weer na een nacht slapen. Ik werd wakker met de vraag wat de blik van Moyra op het niet-narratieve, fragmentarische betekent voor mijn onderzoek? Wat zouden de implicaties van in het midden vertoeven en het uitstellen van het afronden van een geheel zijn? Niet een onderzoeksverslag als bewijsvoering - zo zit het om die en die reden - maar een verzameling fragmenten, stemmen die ik heb gevonden en die iets lijken te vertellen. Als een curator de stemmen bij elkaar brengend. Misschien kan ik hier een kort essay over schrijven en opnemen op video. Of in het midden instappen en mijn gedachtengang direct ‘doen’ in video.
05:30:43 “As I write this essay, the reading I do for it is a mitigated pleasure. Sometimes it feels like a literal ingestion, a bulimic gobbling up of words as though they were fastfood. At other times I read and take notes in a desultory, halting profoundly unsatisfying way” (Davey, 2020, p. 27).
“I decide to allow chance elements, the flânerie, as it were, of daily life, to find their way into this essay” (p. 28).
04:23:58 Waar ik steeds aan voorbij ga, is het autobiografische aspect van Moyra’s werk. De uitwerking van gedachten in haar werk zijn persoonlijk. Zíj́ is in beeld, zij leest, draagt voor, doet. Ze schrijft niet zozeer over iets, maar creëert of denkt al schrijvend, fotograferend, filmend. Waarbij elk medium ook zichzelf bevraagt en dus ook een eigen thematiek meedraagt. Kan ik, omdat juist mijn eigen (ik ben kwijt wat ik hier nu wil zeggen) Kan ik mijn persoonlijke overdenkingen, het door mij overdenken, nadrukkelijke maken in wat ik doe/schrijf/maak? En misschien ook nadrukkelijker verzamelen. Niet alles wegstoppen, maar naar voren schuiven. En daarin mijzelf, mijn lichaam, mijn stem inzetten. Niet om mijzelf te tonen, maar de wording te laten zien. Het verzamelen, het proces van aarzelen, dwalen, porrrelen manifest te maken. Als een documentatie van (of in) het inefficiënte doen. (Ik vind inefficiënt nog steeds een lastig woord. Kan ik daar niet iets anders voor vinden?) In feit is wat Moyra doet een manier van voorleven en dus ook pedagogisch. Een pedagogiek van doen en (de ander) erin meenemen.
01:49:06. Ik schreef net een deel van mijn brief aan Moyra. Nu kijken ik een deel van Derek Jarmans Blue (1993). In het blauwe scherm zie ik mezelf weerspiegeld. Ik zie mijn eigen focus en afdwalen.
00:54:54 ik lees nog even door in Index Cards (Davey, 2020). “As Roberta Smith points out, the primary meaning of these [in galeries presented overenlarged, red.] works is often: ‘I made this because I can’” (p. 34). Dit doet me denken aan de oproep van veel docenten om gebruik te maken van de werkplaatsen. Ik heb daar op zich niets tegen, maar soms voelt het ook als een meegaan op het streven naar groter, beter, meer. Alsof kunst alleen dan volwaardig kan zijn. Dit stelling wil ik uitdagen: kunst is ook volwaardig in alle rommeligheid of amateurisme, of in het kleine. Kunst mag ook groot(s) en glanzend zijn, als daar maar een reden voor is anders dan de kapitalistische grootheidswaan ‘gewoon omdat het kan’.
00:15:17 “Rather than making new pictures, why can’t I just recycle some of the old ones? … And have this gesture signify ‘resistance tot further production/consumption’” (Davey, 2020, p. 35).
00:03:42 Is dat niet waar onderzoeken om draait: (nieuwe) verbanden zien? Hoe verschillende fragmenten en vondsten van andere stemmen, tijden of plekken zich tot elkaar verhouden?
00:02:15 En: groot, glanzend, mooi, esthetisch is geen doel, maar kan een bijproduct zijn van een interactie of drive om iets te doen of maken. Misschien is resultaat een bijkomstigheid per se …
00:00:00 30 december 2024, 12:00 uur. 24 uur in de geest van Moyra Davey. Ben ik nu blij dat het erop zit, of vind ik het jammer dat het over is? Ik blijf een beetje verdwaasd achter, merk ik. Mijn inzichten kwamen dit keer laat, maar zijn wel veelzeggend voor mijn eigen werk. Misschien dat het nog even moet bezinken.